Verbazingwekkend en ontroerend is Nederland en in het bijzonder Amsterdam. Het opkomen voor min of meer bedreigde dier- en/of plantsoorten heeft al tot menig heftig debat geleid, tot in de Kamer aan toe. Onnoemelijk is het aantal stilgelegde bouwprojecten omdat een kikker, insect of zwam juist daar een habitat heeft. Maar wat ik vandaag zag en meemaakte spande de kroon. Een schets van de achtergrond:
Enkele maanden kwam je in Amsterdam Oost flyers en posters tegen waarop een actiegroep opriep om de laatste Italiaanse Iep op het Boerhaaveplein van de ondergang te redden. Volgens de bomendokter van het stadsdeel en de bouwonderneming, verantwoordelijk voor herinrichting van het plein, was de boom ongeneeslijk ziek. “Dat zullen we nog wel eens zien!” dachten een aantal buurtbewoners en richtten de actiegroep “Italiaanse Iep” op. Moedig werd gestreden tegen de onverlaten, tegenconsuls werden gehouden door onafhankelijke experts, actieplannen werden aan keukentafels – per week roulerend – gesmeed, handtekeningen verzameld en petities ingediend.
Op een regenachtige dag, niet verwonderlijk deze zomer, heb ik zelf een bezoek gebracht aan de zieke. Pal naast een van de weinig overgebleven badhuizen in de stad, stond het daar, smal en hoog, behangen met actieflyers, weggedrukt in een hoekje op de stenen woestijn, kenmerkend voor pleinen in ons land. Zoals de cipressen in Toscane een bepaalde ingekeerdheid hebben, leek deze Italiaan ook last van de blues te hebben. Nu behoor ik niet tot iemand die de inmiddels uit zwang geraakte bomenknuffelmode als heilzaam ervaart en het Oosterpark als Eden beschouwt, maar twijfel sloeg toe: aansluiten om de Italiaan te redden of toeschouwer zijn van de gebeurtenissen. De keus viel op het laatste.
Een week of wat geleden zag ik de Italiaan geveld en geamputeerd op het plein liggen. Ook de ruggengraat was in delen gezaagd (een niet onbekende methode op Sicilië, naar het schijnt). Het beeld op het Frederiksplein ter nagedachtenis aan Wally van Hall was sprekend. De Italiaan was niet meer… De strijd verloren. Hoop had nergens toe geleid. Een groep bewoners verenigd door een gezamenlijk doel was uiteengevallen en na een laatste rouwbijeenkomst, werden de dagelijkse beslommeringen hervat. Dacht ik. Mis!
Op een mooie vrijdag onderweg richting plein dwarrelde een groene ballon mij tegemoet. Het bewoog zich sierlijk en smoorde de neiging er even op te staan om het unieke geluid van een uiteenspattende ballon te horen. Eenmaal voorbij staarde ik het na, afvragend welk feestelijke gelegenheid een armer was. Het antwoord kwam snel… Voor het badhuis bleek een feestje in ontwikkeling. Tussen de tijdelijke hekken – je moet er wel bij horen – stonden lange tafel met dito banken, vrolijke (het gevoel der dingen)ballonnen bewogen mee met de zachte bries, een congregatie van alleen witte buurtbewoners – het is tenslotte een multi-culti buurt – verdeeld over volwassenen en kinderen, verpoosde zich rondom de gevallen Italiaan.
Nieuwsgierigheid is een van mijn onhebbelijkheden, gelukkig was de bevrediging niet veraf; de posters rondom het evenement maakten duidelijk dat het hier ging om een heus FESTIVAL. Thema: “Tree of Life Festival 2011.” Dit jaar als thema: “ÉÉN BOOM GAAT OM!”.
Het programma was indrukwekkend: de Kids (zo heten kinderen in de overgangsfase)mochten de moegestreden resten van de Iep onder leiding van een begenadigd kunstenaar (naar ik aanneem ga je dan ook niet over een nacht ijs)bekladden, bewogen ouders zaten aan het GRATIS eten en drinken (nu begreep ik ook de dranghekken(de notoire klaplopers zijn talrijk in deze buurt). Op de poster aankondiging van nog meer: de stadsdichter die een inleiding zou houden over “Boomverhalen” een debat over “De toekomst van het Plein”, een prijzenfestival, muziek en feest achteraf in het badhuis. De aftrap werd gegeven door de wethouder van ons stadsdeel verantwoordelijk voor ‘Bomenbeleid’.
De toekomst van het plein ontvouwde zich intussen allang, bergen zand en stenen getuigden van goedgekeurde plannen voor de herinrichting, dat debat leek mij achterhaald. Maar goed, praten kan geen kwaad. Misschien dat er enig flair gecreëerd kan worden. Net terug van Parijs waar ieder pleintje tot een kleine oase wordt omgetoverd, verbaas ik mij weer over de fantasieloosheid van Nederlandse pleinen. Dat voor een andere keer. Geen begrafenis zonder feestelijke afronding, de avond zou worden afgesloten met een knallend feest met DJ in het badhuis.
Dit alles werd gesponsord door Stadsgenoot, een van de grootste woningcorporaties van Amsterdam, verschillende MKB’ers uit de buurt zoals bakkerij Hartog. Maar ook Duvel. En dat is knap om voorelkaar te krijgen voor een omgezaagde boom!
De actiegroep Italiaanse Iep – zo heten ze waarschijnlijk niet – heeft met een onbetekenend item een heel knap staaltje marketing laten zien. Behalve het verenigen van bewoners, hebben ze ondernemers weten te overtuigen van deelname en bijdragen aan een feestje. Teruglopend naar huis vroeg ik mij af wat het verhaal is dat verteld is. Waarom ben je als bedrijf bereid om ter nagedachtenis van een boom je marketingbudget aan te spreken? Het gaat om iets dat het item overstijgt, intrinsieke waarde heeft en iets zegt over de bewoners en hun buurt. Dat is ontroerend Nederland.
Senne